Het media-narratief versus de marktrealiteit

Er gaapt een enorm gat tussen wat journalisten belangrijk vinden en wat aandeelhouders belangrijk vinden. Media focussen op retoriek, sociale onrust en diplomatieke verhoudingen. Beleggers kijken naar kasstromen, belastingtarieven en regeldruk.

Het schoolvoorbeeld hiervan is de verkiezing van Donald Trump in 2016. In de nacht van de uitslag doken de futures (voorbeurshandel) even in het rood, gedreven door de initiële schok. Maar zodra Wall Street open ging, begon een van de krachtigste rally's uit de geschiedenis. Waarom? Omdat de markt door de controversiële tweets heen keek en zich focuste op de economische agenda: belastingverlagingen voor bedrijven en massale deregulering.

Deregulering is muziek in de oren van de belegger

Populistische of rechts-conservatieve partijen, van de Republikeinen in de VS tot de coalitie van Meloni in Italië, hebben vaak één ding gemeen: ze hebben een hekel aan bureaucratie. Voor beursgenoteerde bedrijven is bureaucratie (compliance, rapportageverplichtingen, vergunningstrajecten) een kostenpost die direct ten koste gaat van de winst.

Wanneer een nieuwe politieke wind belooft om de regeldruk te verminderen, vertaalt de beurs dit direct in hogere winstverwachtingen. Minder regels betekent dat kapitaal efficiënter kan worden ingezet. Dit verklaart waarom sectoren als energie, financiële dienstverlening en industrie vaak opveren bij een rechtse verkiezingsoverwinning. Ze anticiperen op een overheid die hen niet langer als melkkoe of vijand ziet, maar de ruimte geeft om te ondernemen.

Historische data liegen niet

Emotie is een slechte raadgever, zeker in de politiek. Wie zijn portefeuille laat leiden door politieke voorkeur, laat rendement liggen. Historisch onderzoek toont aan dat beurzen op de lange termijn stijgen, ongeacht wie er in het Torentje of het Witte Huis zit. De onderliggende economische cyclus en de winstgevendheid van bedrijven zijn vele malen belangrijker dan de politieke kleur van de regering.

Gerenommeerde instituten brengen dit fenomeen helder in kaart. Zo laat historische data van J.P. Morgan Asset Management zien dat de Amerikaanse S&P 500 index structureel rendement heeft opgeleverd onder zowel Democratische als Republikeinse presidenten, en zelfs tijdens periodes van politieke gridlock (wanneer president en parlement van verschillende partijen zijn). De markt past zich razendsnel aan.

Italië als recente lakmoesproef

Een recenter voorbeeld dichter bij huis is Italië. Bij de verkiezing van Giorgia Meloni werd in Brussel en in de pers gevreesd voor een euro-crisis en exploderende rentes op Italiaanse staatsleningen. De realiteit? De Italiaanse beurs (FTSE MIB) behoorde in de periode na haar aantreden tot de best presterende markten van Europa.

Beleggers zagen al snel dat de soep niet zo heet gegeten werd als hij werd opgediend. In plaats van economisch vandalisme, koos de regering voor een pragmatische, bedrijfsrvriendelijke koers. De angstpremie die in de koersen zat, verdampte, en de koersen stegen.

Kijk koud naar het programma

De les voor de Nederlandse belegger is helder. Laat u niet meeslepen door de morele verontwaardiging in de talkshows. Als een kabinet aantreedt met plannen om de dividendbelasting laag te houden, de energierekening voor bedrijven te dempen en te snijden in de overheid, is dat per definitie bullish voor aandelen.

Markten houden niet van onzekerheid, maar ze houden wel van een overheid die een stap terug doet. Populisme gaat vaak gepaard met veel politiek lawaai, maar economisch gezien betekent het vaak: ruim baan voor de aandeelhouder. Beleg met uw rekenmachine, niet met uw stemformulier.

Bekijk per categorie
Meest bekeken