De morele paradox van ESG

Het uitsluiten van defensiebedrijven was altijd al een luxe die alleen mogelijk was in tijden van vrede. De redenering was simpel: wapens doden, dus wapens zijn slecht. Deze pacifistische reflex gaat echter voorbij aan de functie van een krijgsmacht in een democratie: afschrikking en verdediging.

Er is een kentering zichtbaar in het morele debat. Is het ethisch verantwoord om je defensie-industrie uit te hollen, om vervolgens afhankelijk te zijn van regimes die het minder nauw nemen met mensenrechten? Veiligheid is de basis van de piramide van Maslow, ook voor staten. Zonder veilige grenzen is er geen ruimte voor sociale programma's of klimaatbeleid. Beleggen in defensie betekent in deze optiek: investeren in de bescherming van de Westerse waarden. De sector zelf noemt dit tegenwoordig gekscherend 'ESG met de S van Security'.

De orderboeken: Een Supercyclus

Los van de morele discussie, spreken de cijfers voor zich. Na de Koude Oorlog hebben Westerse overheden decennialang bezuinigd op hun krijgsmacht. Dit was het zogenaamde 'vredesdividend'. De voorraden munitie, voertuigen en materieel zijn tot op het bot uitgekleed.

Nu de geopolitieke spanningen oplopen – niet alleen in Oost-Europa, maar ook in het Midden-Oosten en rond Taiwan – moeten deze tekorten in recordtempo worden aangevuld. Dit leidt tot een ongekende supercyclus voor de industrie.

  • NAVO-norm: De afspraak dat lidstaten 2% van hun BBP aan defensie besteden, is niet langer een streven, maar een harde ondergrens. Voor veel Europese landen betekent dit miljarden aan extra jaarlijkse uitgaven.

  • Lange termijn contracten: Overheden plaatsen orders die tien tot vijftien jaar doorlopen. Een bedrijf als het Duitse Rheinmetall of het Franse Thales heeft hierdoor een enorme zichtbaarheid op toekomstige kasstromen.

Innovatie drijft de koers

Het beeld van defensie als enkel 'tanks en kogels' is achterhaald. De moderne oorlogsvoering is technologisch hoogstaand. Cyberwarfare, drones, satellietcommunicatie en AI-gestuurde raketsystemen vormen de voorhoede van de sector. Bedrijven als het Zweedse Saab of het Britse BAE Systems zijn in feite hoogwaardige tech-bedrijven.

Deze innovatiekracht sijpelt vaak door naar de civiele economie (denk aan GPS of het internet, die hun oorsprong vonden in defensie). Beleggers betalen in deze sector dus niet alleen voor staal, maar ook voor intellectueel eigendom en R&D.

Een strategische pijler in de portefeuille

Voor de particuliere belegger is het tijd om het sentiment van gisteren los te laten. De wereld is veranderd en de beurs verandert mee. Waar veel sectoren (zoals consumentengoederen of vastgoed) gevoelig zijn voor recessies, heeft de defensie-industrie een unieke eigenschap: de klant is de overheid en de noodzaak is existentieel. Zelfs in economisch zware tijden zal een overheid niet snel bezuinigen op veiligheid als de dreiging aan de grens staat.

Dit maakt defensie-aandelen tot een robuuste bouwsteen in een gediversifieerde portefeuille. Het fungeert als een 'hedge' (bescherming) tegen geopolitieke onrust. Wanneer de brede markt daalt door angst voor conflict, blijven defensie-aandelen vaak liggen of stijgen ze juist. Wie met een nuchtere bril naar de wereld kijkt, ziet dat bewapening helaas een groeimarkt is. Het is aan de belegger om daar rationeel op in te spelen.

Bekijk per categorie
Meest bekeken