De fysieke realiteit van een groene wereld

Het fundamentele probleem van de energietransitie is natuurkundig en economisch van aard. Olie, gas en steenkool zijn efficiënte dragers van energie die relatief goedkoop te winnen en te transporteren zijn. Wind en zon zijn weliswaar 'gratis', maar de infrastructuur om deze energie te vangen, op te slaan en te distribueren is gigantisch duur.

We moeten ons volledige energienetwerk verbouwen. Dit vraagt om duizenden kilometers aan nieuwe koperkabels, transformatorhuisjes en batterijparken. Deze investeringen, de zogeheten CAPEX (Capital Expenditure), moeten ergens van betaald worden. Uiteindelijk belanden deze kosten op het bordje van de consument via de energierekening en via hogere prijzen voor producten. Bedrijven rekenen hun stijgende energiekosten immers door. Dit is de kern van Greenflation: de transitie is inflatoir.

Grondstoffenschaarste: De nieuwe oliecrisis

Waar de 20e eeuw draaide om de toegang tot olievelden, draait de 21e eeuw om de toegang tot mijnen. Een elektrische auto bevat tot vier keer meer koper dan een auto met verbrandingsmotor. Voor windturbines en zonnepanelen zijn enorme hoeveelheden staal, lithium, kobalt en zeldzame aardmetalen nodig.

Hier wringt de schoen. De vraag naar deze grondstoffen explodeert door overheidsmandaten (zoals het verbod op de brandstofmotor in 2035), maar het aanbod blijft achter. Het openen van een nieuwe mijn duurt gemiddeld tien tot vijftien jaar, mede door strenge milieuregels. Dit creëert een klassieke 'supply squeeze'. Er is te veel geld dat jaagt op te weinig fysiek materiaal. De prijzen van grondstoffen zullen hierdoor structureel hoog blijven, wat een permanente druk zet op de inflatiecijfers.

De machteloosheid van de Centrale Banken

Jarenlang dachten we dat de Europese Centrale Bank (ECB) en de Fed inflatie volledig onder controle hadden. De huidige situatie toont echter de grenzen van het monetaire beleid. Centrale banken bestrijden inflatie door de rente te verhogen. Hiermee remmen ze de economische vraag: lenen wordt duurder, dus mensen en bedrijven geven minder uit.

Maar een hogere rente lost het aanbodprobleem niet op. Een renteverhoging van de ECB boort geen nieuwe gasvelden aan, bouwt geen kerncentrales en opent geen nieuwe kopermijnen in Chili. Sterker nog, een hoge rente maakt de noodzakelijke investeringen in groene infrastructuur alleen maar duurder. We riskeren hierdoor in een scenario van stagflatie te belanden: een stagnerende economie gecombineerd met blijvend hoge prijzen, omdat de oorzaak van de inflatie (de dure energietransitie) niet wordt weggenomen.

CO2-belastingen: Inflatie by design

Naast de fysieke schaarste is er ook sprake van beleidsmatige inflatie. Overheden sturen actief op hogere prijzen voor fossiele energie via CO2-belastingen en emissierechten (ETS). Het doel is nobel: vervuiling moet een prijs krijgen zodat bedrijven verduurzamen. Het neveneffect is echter dat de kosten voor productie, transport en verwarming stijgen.

Deze kostenverhogingen zijn geen 'bug' in het systeem, maar een 'feature'. Het is de bedoeling dat fossiel duurder wordt. Voor de burger betekent dit echter koopkrachtverlies. Zolang er geen goedkope, schaalbare alternatieven (zoals kernenergie) breed beschikbaar zijn, betalen we simpelweg meer voor dezelfde welvaart.

Rendement vraagt om realisme

Wat betekent dit voor uw portefeuille? De reflex van veel beleggers is om te duiken in ESG-fondsen of jonge 'groene' start-ups. Ironisch genoeg zijn dit vaak de bedrijven die het hardst geraakt worden door Greenflation. Ze hebben vaak nog geen winst, zijn afhankelijk van goedkope leningen (die er niet meer zijn) en hebben last van de hoge grondstofprijzen.

De slimme belegger kijkt naar de andere kant van de medaille.

  1. Grondstoffen: Bedrijven die koper, lithium of aluminium delven, zitten op de nieuwe goudmijnen. Zij hebben wat de wereld wanhopig nodig heeft.

  2. Pricing Power: Zoek naar bedrijven met een sterke marktpositie die hun gestegen kosten moeiteloos kunnen doorberekenen aan de klant.

  3. Fossiele realisten: De grote energiebedrijven (zoals Shell en TotalEnergies) die de kasstroom uit olie en gas gebruiken om geleidelijk te transformeren, bieden vaak een beter risico-rendementsprofiel dan verlieslatende windmolenbouwers.

De energietransitie gaat door, maar de weg ernaartoe is niet geplaveid met gratis geld. Door te erkennen dat 'groen' voorlopig 'duur' betekent, kunt u uw vermogen positioneren om te profiteren van deze economische realiteit, in plaats van u erdoor te laten verrassen.

Bekijk per categorie
Meest bekeken