Het Nederlandse belastingstelsel is opgedeeld in drie 'boxen'. Inkomen uit werk valt in Box 1. Inkomen uit aanmerkelijk belang (aandelen in je eigen bedrijf) valt in Box 2. Voor de meeste particuliere beleggers draait alles om Box 3: inkomen uit sparen en beleggen.
In Box 3 vallen al je bezittingen die niet bedoeld zijn voor eigen gebruik. Denk hierbij aan:
Spaargeld
Aandelen, obligaties en beleggingsfondsen
Cryptovaluta
Een tweede woning (bijvoorbeeld voor verhuur of vakantie)
Het principe is relatief simpel. De Belastingdienst telt op 1 januari van het jaar (de peildatum) de waarde van al deze bezittingen bij elkaar op. Daarvan mag je eventuele schulden (zoals een lening voor die tweede woning, maar niet je eigen hypotheek) aftrekken.
Je betaalt gelukkig niet over elke euro belasting. Iedereen in Nederland heeft recht op een heffingsvrij vermogen. Dit is een vrijstelling (bijvoorbeeld rond de €57.000, al wordt dit bedrag jaarlijks geïndexeerd). Komt je vermogen boven deze grens uit? Dan ga je betalen over het deel daarboven.
Tot voor kort maakte het voor de fiscus niet uit of je je geld op een spaarrekening had staan of in risicovolle aandelen belegde. Er werd gerekend met één algemeen rendement. Dat systeem is door de Hoge Raad naar de prullenbak verwezen.
We zitten nu in een overgangsfase die geregeld wordt door de Overbruggingswet box 3. In dit stelsel kijkt de Belastingdienst heel specifiek naar de samenstelling van je vermogen. Er wordt een hard onderscheid gemaakt tussen:
Banktegoeden (spaargeld): Hierop wordt een laag fictief rendement losgelaten dat dicht bij de werkelijke spaarrente ligt.
Overige bezittingen (beleggingen): Hieronder vallen aandelen, obligaties, crypto en vastgoed.
Voor de categorie 'overige bezittingen' hanteert de overheid een hoog fictief rendement. De fiscus gaat er simpelweg van uit dat je met beleggen een flink rendement behaalt (vaak boven de 6%). Over dit veronderstelde rendement betaal je vervolgens belasting: de zogeheten vermogensrendementsheffing.
Hier zit het grootste pijnpunt voor veel beleggers. Je betaalt in het huidige stelsel belasting over een fictief (verzonnen) rendement, en niet over je werkelijke rendement.
Stel: je hebt een slecht beleggingsjaar en je portefeuille daalt met 10% in waarde. Je hebt dus verlies geleden. Ondanks dat verlies, ziet de Belastingdienst jouw aandelen als 'overige bezittingen' waarover je geacht wordt een positief rendement te hebben behaald. Je krijgt dus een belastingaanslag, ook al heb je verlies gemaakt. Andersom geldt ook: maak je in een topjaar 20% rendement? Dan betaal je slechts belasting over het lagere fictieve percentage dat de wet voorschrijft.
Er wordt in Den Haag gewerkt aan een nieuw stelsel (beoogd vanaf 2027) waarbij belasting wordt geheven over het werkelijke rendement. Tot die tijd moeten beleggers rekening houden met de effecten van het forfaitaire stelsel.
Veel bedrijven keren een deel van de winst uit aan aandeelhouders in de vorm van dividend. Als je belegt in Nederlandse bedrijven (of fondsen die in Nederland gevestigd zijn), wordt er automatisch 15% dividendbelasting ingehouden voordat het geld op je rekening staat.
Dit voelt als belasting betalen, maar zie het als een voorschot. Je mag deze ingehouden dividendbelasting namelijk in mindering brengen op je inkomstenbelasting in Box 3 (of Box 1). Dit heet verrekenen.
Bij je belastingaangifte vul je in hoeveel dividendbelasting er is ingehouden.
Dit bedrag wordt direct van je te betalen belasting afgetrokken.
Per saldo betaal je hierdoor 0% dividendbelasting, zolang je wel netjes aangifte doet.
Let op: Bij buitenlandse aandelen (bijvoorbeeld uit de VS) wordt vaak bronbelasting ingehouden. Je kunt dividendbelasting terugvragen of verrekenen, maar dit is afhankelijk van belastingverdragen tussen Nederland en dat specifieke land. Dit is vaak complexer dan bij Nederlandse aandelen.
Heb je een fiscale partner (bijvoorbeeld je echtgenoot of geregistreerd partner)? Dan biedt de wet voordelen. Jullie mogen het heffingsvrij vermogen bij elkaar optellen. Samen heb je dus een dubbele vrijstelling voordat je belasting gaat betalen.
Daarnaast mogen fiscale partners de gezamenlijke grondslag voor sparen en beleggen onderling verdelen in de aangifte. Het maakt voor de totale som niet uit, maar als één partner minder belasting betaalt door heffingskortingen, kan het slim zijn om met het vermogen te schuiven in het aangifteprogramma. Verdeel het zo dat je onderaan de streep samen het minst betaalt.
Er zijn manieren om de belastingdruk in Box 3 legaal te verlagen.
Groen beleggen belastingvoordeel: Beleg je in specifieke groenfondsen die door de overheid zijn erkend? Dan geldt er een extra vrijstelling in Box 3. Bovenop deze vrijstelling krijg je ook nog een extra heffingskorting (korting op je inkomstenbelasting). Let wel: het rendement van deze fondsen is vaak lager, dus reken goed uit of het fiscale voordeel opweegt tegen het lagere rendement.
Pensioenbeleggen: Geld dat je vastzet op een geblokkeerde pensioenrekening (lijfrente) telt niet mee voor Box 3. Je betaalt hierover geen vermogensbelasting. Bovendien is de inleg vaak aftrekbaar in Box 1. Je kunt echter niet zomaar bij dit geld; het staat vast tot je pensioen.
Moet ik belasting betalen over crypto?
Ja. De Belastingdienst ziet cryptovaluta (zoals Bitcoin en Ethereum) als vermogen in Box 3. Je moet de waarde van je crypto-portefeuille op 1 januari (peildatum) aangeven in de categorie 'overige bezittingen'.
Wanneer moet ik aangifte doen?
Je doet aangifte inkomstenbelasting na afloop van het kalenderjaar, meestal tussen 1 maart en 1 mei. Hierin geef je het vermogen op dat je bezat op 1 januari van het voorgaande jaar.
Telt mijn eigen huis mee in Box 3?
Nee. De woning waarin je zelf woont (je hoofdverblijf) valt in Box 1. De hypotheekrenteaftrek en het eigenwoningforfait horen hierbij. Een tweede huis (vakantiewoning of verhuurpand) valt wel in Box 3.
Fiscale regels kunnen intimiderend zijn, maar ze negeren is geen optie. Door te begrijpen hoe het onderscheid tussen spaargeld en beleggingen wordt gemaakt en door gebruik te maken van aftrekposten zoals dividendbelasting, houd je controle over je financiën. Voor beleggers met een aanzienlijk vermogen of complexe situaties is het altijd raadzaam om een fiscalist te raadplegen. Een foutje in de aangifte is zo gemaakt, maar met de juiste kennis voorkom je onnodige kosten.