Om de omvang van de vraag te begrijpen, hoeven we alleen maar naar de cijfers te kijken. Een conventionele auto met verbrandingsmotor bevat ongeveer 20 tot 25 kilo koper. Een volledig elektrische auto slokt al snel 80 kilo op. Dat is een verviervoudiging van de vraag per voertuig.
Maar de auto's zijn slechts het topje van de ijsberg. De 'ver-elektrificering' van onze samenleving vraagt om een gigantische uitbreiding van het elektriciteitsnet. Windmolens en zonneparken staan zelden op de plek waar de stroom nodig is. Er moeten duizenden kilometers aan hoogspanningskabels worden getrokken om die stroom naar de industrie en de huishoudens te brengen. Zonder koper staat de transitie stil. Analisten van grote zakenbanken als Goldman Sachs voorspellen dat de vraag naar koper in de komende jaren zo hard zal stijgen, dat het huidige aanbod bij lange na niet toereikend is.
Hier wordt het verhaal interessant voor aandeelhouders. In een normale markt zou een stijgende prijs leiden tot meer aanbod. Als de prijs van tomaten stijgt, bouwen boeren kassen bij. In de mijnbouw werkt dat niet zo. Het duurt tegenwoordig gemiddeld 15 jaar om een nieuwe kopermijn van exploratie naar productie te brengen.
Dit komt door een samenloop van geologische en politieke factoren:
Dalende ertsgehaltes: De makkelijke voorraden zijn al gevonden. We moeten steeds dieper graven en steeds meer steen verwerken om dezelfde hoeveelheid koper te winnen. Dit maakt mijnbouw duurder en energie-intensiever.
De ESG-paradox: Dit is de ironie van onze tijd. Dezelfde milieubeweging die schreeuwt om groene energie, protesteert vaak tegen de opening van nieuwe mijnen die nodig zijn voor die energie. In Europa en Noord-Amerika is het verkrijgen van vergunningen een bureaucratische nachtmerrie geworden.
Het resultaat is een aanbodtekort dat niet zomaar opgelost kan worden met geld. De pijplijn aan nieuwe projecten is historisch dun. Dit betekent dat de koperprijs waarschijnlijk structureel hoger moet liggen om nieuwe productie te stimuleren.
Naast de geologie speelt de geopolitiek een hoofdrol. Een groot deel van de wereldwijde koperproductie komt uit politiek instabiele regio's, met name Latijns-Amerika (Chili en Peru) en Afrika (Congo). We zien in deze landen een trend van 'Resource Nationalism'. Overheden realiseren zich dat ze op een goudmijn zitten en eisen een groter deel van de koek via hogere belastingen of zelfs nationalisaties.
Voor Westerse beleggers brengt dit risico's met zich mee, maar het versterkt ook de positie van gevestigde, grote mijnbouwbedrijven die de expertise en het kapitaal hebben om in deze complexe omgevingen te opereren. De schaarste die ontstaat door stakingen of politieke onrust drijft de prijs verder op.
Blind instappen in de koperprijs via futures is voor de meeste particuliere beleggers onverstandig en risicovol. De meest logische route is via de aandelen van de producenten zelf. Hierbij maken we onderscheid tussen twee categorieën:
De 'Pure Plays': Dit zijn bedrijven waarvan de winst grotendeels afhankelijk is van koper. Denk aan het Amerikaanse Freeport-McMoRan of het Canadese First Quantum Minerals. Deze aandelen hebben een hefboomwerking op de koperprijs: stijgt koper met 10%, dan kan de winst van deze bedrijven met een veelvoud stijgen (maar andersom geldt hetzelfde risico).
De Diversified Majors: Reuzen zoals Glencore, BHP of Rio Tinto. Zij delven naast koper ook ijzererts, kolen of nikkel. Dit dempt het risico, maar biedt nog steeds forse blootstelling aan de koper-supercyclus. Bovendien staan deze bedrijven bekend om hun royale dividendbeleid.
Voor wie spreiding zoekt, zijn er specifieke ETF's (zoals de Global X Copper Miners ETF) die een mandje van deze bedrijven volgen. Let wel op: mijnbouw blijft een volatiele sector. Koersen kunnen flink schommelen op basis van macro-economisch nieuws uit China, de grootste afnemer van koper.
De markt lijkt de ernst van het kopertekort nog niet volledig in te prijzen. Veel beleggers kijken nog te veel naar de waan van de dag – een mogelijke recessie die de vraag tijdelijk drukt – en te weinig naar het fundamentele plaatje voor de komende tien jaar.
Wie door de politieke ruis en de korte-termijn grafieken heen kijkt, ziet een onontkoombare conclusie: de wereld wil elektrificeren, en daar is fysiek materiaal voor nodig dat er nauwelijks is. Beleggen in koper-miners is daarmee geen speculatie op een hype, maar een strategische positie in de bottleneck van de moderne economie.