De unieke rol van goud: non-correlatie

Om te bepalen hoeveel goud u nodig heeft, moet u eerst begrijpen wat goud doet in een beleggingsportefeuille spreiden. De meeste beleggingscategorieën, zoals aandelen en vastgoed, presteren goed als de economie groeit. Goud werkt anders. Het is een zogeheten non-gecorrelateerde asset. Dat wil zeggen dat de prijsbeweging van goud losstaat van de beurs.

Sterker nog, in tijden van extreme stress beweegt goud vaak negatief ten opzichte van aandelen: als de beurs omlaag duikt (zag), beweegt goud vaak omhoog of blijft stabiel (zig). Dit dempt de klap op uw totale vermogen. U koopt goud dus niet om rijk te worden in goede tijden, maar om rijk te blijven in slechte tijden.

Historische backtests: de crisis van 2008 en 2022

Theorie is leuk, maar wat zeggen de cijfers? Laten we kijken naar drie hypothetische portefeuilles tijdens grote marktschokken:

  1. De Optimist: 100% aandelen.

  2. De Doemdenker: 50% aandelen / 50% goud.

  3. De Strateeg: 90% aandelen / 10% goud.

De financiële crisis (2008)

Toen Lehman Brothers viel, daalde de wereldwijde aandelenmarkt (MSCI World) met circa 40% tot 50%.

  • De Optimist zag zijn vermogen halveren. Het duurde jaren om dat verlies goed te maken.

  • De Doemdenker deed het uitstekend, want goud steeg in 2008 (na een initiële dip) hard door de angst. Echter, in de tien jaren daarna (de bullmarkt van 2010-2020) bleef zijn rendement ver achter bij de markt, omdat goud toen niets deed.

  • De Strateeg met 10% allocatie goud verloor nog steeds geld, maar aanzienlijk minder dan de optimist. De 10% goud dempte de val, waardoor er kapitaal overbleef om goedkope aandelen bij te kopen.

Het rampjaar 2022

Dit jaar was uniek en pijnlijk voor de klassieke belegger. Door de snel stijgende rente daalden zowel aandelen als obligaties tegelijkertijd. De klassieke 60/40 portefeuille (aandelen/obligaties) bood geen bescherming.

Goud deed echter precies wat het moest doen: koopkracht behouden. Terwijl de AEX en de S&P 500 in het rood doken, steeg de goudprijs in euro's zelfs met enkele procenten (mede door de sterke dollar). Een portefeuille met 10% goud presteerde in 2022 significant beter dan een portefeuille met alleen aandelen en obligaties.

Lessen van de grootmeesters: Dalio en Browne

Dat goud een plek verdient, is geen geheim voor professionele vermogensbeheerders. Harry Browne introduceerde in de jaren '70 het concept van de Permanent Portfolio. Zijn filosofie was simpel: de toekomst is onvoorspelbaar, dus je moet op elk scenario voorbereid zijn. Zijn verdeling was radicaal simpel:

  • 25% Aandelen (voor groei)

  • 25% Obligaties (voor deflatie/rente daling)

  • 25% Cash (voor recessie)

  • 25% Goud (voor inflatie)

Hoewel 25% goud voor de meeste moderne beleggers als 'zwaar' wordt gezien, heeft deze portefeuille decennialang een zeer stabiel, positief rendement opgeleverd met lage uitschieters.

Een modernere variant is de Ray Dalio All Weather strategie. Dalio, oprichter van 's werelds grootste hedgefonds Bridgewater, adviseert een aanzienlijke positie in grondstoffen en goud (vaak rond de 7,5% tot 15% gecombineerd). Zijn redenering: er zijn seizoenen in de economie waarin inflatie de overhand neemt. In dat 'seizoen' worden obligaties en aandelen vernietigd, en is goud tegen inflatie de enige paraplu die werkt.

Goud als vervanger van obligaties?

Traditioneel vormden staatsobligaties het 'veilige deel' van een portefeuille. De laatste jaren zien we hier een verschuiving. Nu overheden wereldwijd enorme schulden hebben, brengt de obligatiemarkt meer risico met zich mee dan voorheen (zoals we zagen in 2022). Als de rente stijgt, dalen obligaties in waarde.

Hierdoor zien we dat private banks en vermogensbeheerders steeds vaker een deel van de obligatie-positie inruilen voor goud. Goud heeft namelijk geen tegenpartijrisico. Een staat kan failliet gaan of zijn valuta debaseren (bijdrukken), een kilo goud blijft een kilo goud. In een omgeving van financiële repressie (waarin de rente kunstmatig laag wordt gehouden ondanks inflatie) is goud vaak een aantrekkelijker anker dan staatspapier.

Goud is de rem, niet de motor

Terug naar de 10% regel. Waarom geen 30% of 50%? Omdat goud op de lange termijn geen waarde creëert. Bedrijven (aandelen) innoveren, maken winst en keren dividend uit. Ze zijn de motor van uw vermogensgroei. Goud ligt stil in een kluis. Het produceert niets.

Een allocatie van 50% goud zorgt voor een enorme 'drag' (vertraging) op uw rendement in goede economische tijden. U mist dan de compounding van dividenden.

Een allocatie van 5% tot 10% blijkt historisch gezien de "sweet spot". Het is genoeg om een materiële impact te hebben als de beurzen crashen (de rem), maar het is weinig genoeg om uw lange termijn rendement niet te schaden als de beurzen stijgen.

Bovendien dwingt een vaste allocatie u tot verstandig handelen door te herbalanceren. Stel u hanteert de 10% regel. De beurs crasht en goud stijgt. Plotseling bestaat uw portefeuille voor 15% uit goud en nog maar 85% uit aandelen. Om terug te gaan naar 10%, moet u goud verkopen (met winst!) en aandelen bijkopen (op de bodem!). Zo dwingt de 10% regel u automatisch om laag te kopen en hoog te verkopen. Een saai, maar uiterst effectief mechanisme voor vermogensbehoud.

Bekijk per categorie
Meest bekeken