De basis van elke analyse is de grafiek: een visuele weergave van de prijs uitgezet tegen de tijd. Hoewel er lijngrafieken bestaan, gebruiken vrijwel alle traders candlestick patronen (Japanse kaarsen). Een lijngrafiek toont alleen de slotkoers, maar een candlestick geeft veel meer informatie over wat er in een specifieke periode is gebeurd.
Elke 'candle' heeft vier datapunten:
Open: De prijs aan het begin van de periode.
High: De hoogste prijs die in de periode is bereikt.
Low: De laagste prijs in de periode.
Close: De prijs aan het einde van de periode.
Het dikke gedeelte van de kaars heet het lichaam (body) en toont het verschil tussen open en slot. De dunne lijntjes erboven en eronder noemen we de lonten (wicks) of schaduwen. Zij tonen de uitersten. Een lange lont aan de bovenkant betekent bijvoorbeeld dat kopers de prijs omhoog duwden, maar dat verkopers de prijs voor het einde van de periode weer omlaag hebben gedwongen.
Let hierbij goed op het 'timeframe'. Op een maandgrafiek toont één candle een maand aan handel. Dit is nuttig voor de lange termijn. Een daytrader kijkt echter naar grafieken waar één candle slechts 1 of 5 minuten voorstelt om direct op marktbewegingen te reageren.
Als je koersgrafieken lezen onder de knie wilt krijgen, begin je bij de horizontale niveaus. Koersen bewegen zelden in een rechte lijn; ze bewegen in golven. Hierbij ontstaan niveaus die we steun en weerstand noemen.
Een steunniveau (support) is een prijszone waar de koers in het verleden niet onder kwam. Telkens als de prijs dit niveau raakt, stappen kopers in omdat ze de prijs 'goedkoop' vinden. De vraag overstijgt het aanbod en de koers veert op.
Een weerstandsniveau (resistance) is het tegenovergestelde. Het is een prijsplafond waar de koers moeite heeft om doorheen te breken. Hier nemen verkopers winst of stappen short-sellers in.
Dit fenomeen werkt door marktpsychologie. Traders hebben een geheugen. Als een aandeel eerder op € 50,- draaide, zullen velen rond die koers opnieuw kooporders inleggen. Breekt een koers toch door een weerstand? Dan fungeert die oude weerstand vaak als nieuwe steun.
Een van de oudste beurswijsheden luidt: "The trend is your friend". Handelen met de stroom mee vergroot je winstkans. We onderscheiden drie fases:
Uptrend: De koers maakt consequent hogere toppen en hogere bodems.
Downtrend: De koers maakt lagere toppen en lagere bodems.
Consolidatie (Zijwaarts): De koers beweegt horizontaal tussen steun en weerstand zonder duidelijke richting.
Om dit visueel te maken kun je trendlijnen tekenen. In een uptrend trek je een rechte lijn langs de bodems omhoog. Zolang de koers boven deze lijn blijft, is de trend intact. Breekt de lijn? Dan is dat een waarschuwing dat de trend mogelijk draait.
Bovenop de prijsgrafiek kun je wiskundige formules loslaten: indicatoren. Een veelgemaakte fout bij beginners is het gebruik van tientallen indicatoren tegelijk, waardoor de grafiek onleesbaar wordt (Analysis Paralysis). Beperk je tot enkele betrouwbare tools.
De meest gebruikte indicator is het voortschrijdend gemiddelde (Moving Average). Dit is een lijn die de gemiddelde slotkoers van de afgelopen X periodes weergeeft. Het filtert de ruis uit de grafiek en toont de ware richting.
Veel traders kijken naar de 200-daagse 'Simple Moving Average' (SMA). Noteert de koers hierboven? Dan zitten we in een lange termijn bull-markt (stijgend). Noteert de koers eronder? Dan heerst er een bear-markt (dalend).
De Relative Strength Index (RSI) is een oscillator die beweegt tussen 0 en 100. Deze tool meet de snelheid en verandering van prijsbewegingen.
Overbought: Een waarde boven de 70 suggereert dat de koers te hard is gestegen en rijp is voor een correctie.
Oversold: Een waarde onder de 30 suggereert dat de koers te hard is gedaald en mogelijk kan opveren.
De Moving Average Convergence Divergence (MACD) is een momentum-indicator. Hij laat zien hoe sterk een trend is. Traders letten vooral op het moment waarop de lijnen elkaar kruisen (crossovers) als koop- of verkoopsignaal.
Naast indicatoren kijken analisten naar specifieke vormen in de grafiek: koerspatronen. De markt herhaalt zich omdat de menselijke psychologie niet verandert.
Een klassiek omkeerpatroon is het Hoofd-Schouder patroon. Dit bestaat uit drie toppen, waarvan de middelste (het hoofd) de hoogste is. Dit signaleert vaak het einde van een uptrend.
Andere patronen, zoals 'Vlaggen' of 'Wimpels', zijn juist bevestigingspatronen. Ze duiden op een korte adempauze waarna de bestaande trend wordt hervat. Het herkennen van deze vormen vereist oefening, maar biedt houvast bij het bepalen van in- en uitstapmomenten.
Sceptici vragen zich af waarom lijntjes op een scherm waarde hebben. Het antwoord ligt in de massale adoptie. Omdat miljoenen traders, bankiers en vooral computergestuurde algoritmes naar dezelfde RSI indicator en steunlijnen kijken, reageren ze vaak op hetzelfde moment.
Als iedereen verwacht dat de koers op € 100,- steun vindt en daar kooporders plaatst, dan zal de koers daar ook daadwerkelijk steun vinden. De technische analyse werkt omdat de marktdeelnemers geloven dat het werkt. Het is een visuele weergave van de consensus.
Werkt technische analyse altijd?
Nee. TA is een spel van waarschijnlijkheden, geen zekerheden. Een perfect technisch patroon kan direct ongeldig worden door onverwacht economisch nieuws of een geopolitieke gebeurtenis. Zie TA als een weerbericht: het voorspelt de grootste kans op zon of regen, maar garandeert niets.
Welke indicator is het beste?
Er is geen 'heilige graal'. Wat werkt hangt af van de marktomstandigheden. In een sterke trend werken Moving Averages goed. In een zijwaartse markt geeft de RSI betere signalen en lopen Moving Averages vaak achter de feiten aan.
Kan ik TA gebruiken voor crypto en aandelen?
Ja, de principes van vraag en aanbod zijn universeel. Of het nu gaat om Bitcoin, goud of het aandeel ASML: zolang er voldoende handelsvolume is en de prijs vrij tot stand komt, is technische analyse toepasbaar.
Technische analyse is een krachtig hulpmiddel om structuur aan te brengen in de chaos van de beurskoersen. Het helpt je om objectief te kijken en emotionele beslissingen te vermijden. Toch is een goede analyse slechts het halve werk. Zelfs de beste analisten zitten er regelmatig naast. Daarom moet TA altijd hand in hand gaan met strikt risicomanagement. Gebruik je analyse om je instapmoment te bepalen, maar gebruik altijd een stop-loss voor het geval de markt toch de andere kant op kiest.